Lodewijk Paul Albrecht (Louis Paul) Boon was een Vlaams schrijver, dichter en kunstschilder.
Louis Paul Boon in de Nederlandstalige Wikipedia
Louis Paul Boon in de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren
Louis Paul Boon bij "Schrijversgewijs"
Lodewijk Paul Albrecht (Louis Paul) Boon was a Flemish writer, poet and painter.
Louis Paul Boon in the English Wikipedia
Biography in English on NLPVF
“Het was een vergissing vanwege de juf, te denken dat alleen de dingen die in de boeken staan interessant zijn. Ook deze, die er nog niet in staan, zijn merkwaardig.”
“Elk dier en elke schrijver heeft een wapen waarmee hij zich best verdedigen kan”
“sterven is het openen van een andere deur, een onbekende en nog nimmer betreden kamer van een vreemd huis”
“Om het even welke kleur bevalt me, als ze maar rood is.”
“Een James Bond-boek is stom maar opwindend, terwijl een meesterwerk van de Vlaamse literatuur even stom maar daarbij ook nog vervelend is.”
“Een idee is een soort gas: ze hangt in de lucht en elkeen snuift er wat van op.”
“Om te worden opgemerkt, om over u te horen spreken, moet ge iets maken waarmee zich elk moment de zedenpolitie kan bemoeien. En daar de zedenpolitie zich makkelijk met iets moeit - ge moet maar uw tante of uw schoonmoeder klacht laten neerleggen en het is al van dat - hebt ge het niet zo lastig een roman te schrijven die aangeslagen wordt, een toneelstuk te laten opvoeren dat verboden wordt of een expositie in te richten waar uw schilderijen aangeslagen worden. En dan zijt ge meteen de held, de grote onbegrepen, miskende artiest.”
“Schop de mensen tot ze een geweten krijgen.”
“De kunstenaar is een arbeider lijk gij en ik. Hij maakt schoonheid, en hij wordt daar meestal niet voor betaald. De kunstenaar leeft en sterft met de arbeider mee. Al waar de arbeider naar verlangt, tracht de kunstenaar nu reeds gestalte te geven. Zo is de schrijver niet een dwaas die van sterren en maneschijn zingt, maar een ziener, een profeet over hoe het zou kunnen zijn. Dat is zijn plicht, zoals het de plicht van de arbeider is om de kunstenaar tegemoet te komen.”
“Ge kunt soms gedachten hebben die niet te dragen zijn tusschen vier muurkens. Die zoo geweldig groot zijn dat ge aan uw deurken moet, of anders zou uw kop openklakken.”