“Anes Julie var en illegitim Frugt af Anes tredivte Aar, da en ung, skægløs Adonis af en Tjener havde drevet sit Spil i Etagerne.”
“Jeg betalte støvlen med penge, men gav tjeneren to cigaretter for at komme en snaps i, eller rettere han bøjede sig ned og sagde, han havde kommet en snaps i, og jeg bød ham en cigaret og bad ham tage en til, det er ret kompliceret at forklare, men for at springe i det så havde jeg været ombord i hans datter — eller hvad man nu skal benævne det; det der foregik, var coitus condomatus eller coitus interruptus, alt efter hvem man var sammen med, men de fleste af os ville ikke ane, det var dét, de havde været blandet ind i, hvis man spurgte, og først senere har jeg slået op og undersøgt, hvad det vil sige, at når tyskerne så selvfølgeligt tiggede cigaretter, var det på grund af den tabendes instinktive følelse af collectandi jus; det hørte jeg en dag en tysk katolsk præst sidde og sige langsomt til en dame på en bænk.”
“Er brandt in mij dan een wilde begeerte naar sterke gevoelens, naar sensaties, een afkeer van dit afgezaagde, genormaliseerde en gesteriliseerde leven, en een hevige begeerte ergens iets stuk te slaan, een warenhuis of een kathedraal of mijzelf, roekeloze stommiteiten te begaan, een paar vereerde afgoden de pruiken af te rukken, een paar opstandige schooljongens de vurig verlangde kaartjes naar Hamburg te verschaffen, een klein meisje te verleiden of een paar vertegenwoordigers van de burgerlijke wereldorde de nek om te draaien. Want dit haatte, verafschuwde en vervloekte ik van alles toch wel het hevigst: deze tevredenheid, deze gezondheid, de behaagelijkheid, dit gekoesterde optimisme van de burger, deze vette vruchtbare zelfvoldaanheid van het middelmatige, het normale, de doorsnee.”
“Een website is nooit af. Dit wordt vaak gezegd en het is ook zo.”
“...en ik koesterde en knuffelde het geheim tot ik van pure gelukzaligheid in een soort wakende slaap wegdommelde waarin ik allemaal beelden zag: "..." Die beelden hadden nergens iets mee te maken, behalve dan dat ze zo prachtig waren in al hun eenvoud en helderheid, zonder dat ze iets betekenden en zonder dat ze het een of andere verhaal te vertellen hadden, ze bestonden gewoon alsof ze altijd al hadden bestaan; de wereld zit al veel te vol met dingen die een begin en een eind hebben.”
“Ik dacht aan de tijd, de verstrijkende tijd om precies te zijn, hoe onmetelijk, hoe onafzienbaar, hoe lang en donker en leeg één uur kan zijn. Wie zo denkt heeft helemaal geen lichtjaren nodig.”
“O, ik weet het niet,maar besta, wees mooi.Zeg: kijk, een vogelen leer me de vogel zien.Zeg: het leven is een broodom in te bijten en de appels zien nog roodvan plezier, en nog, en nog, zeg iets.Leer me huilen, en als ik huil,leer me zeggen: het is niets.”